Bijnierschorsinsufficiëntie (steroïd geïnduceerd)

Bijnierschorsinsufficiëntie door medicatiegebruik (steroïd-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie) ontstaat door het gebruik van medicijnen die cortisol of synthetische vormen van cortisol bevatten.

Wat is steroïd geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie?

Over deze informatie
  • Laatste update:
  • 30 december 2017
  • Met medewerking van:
  • BijnierNET

Bijnierschorsinsufficiëntie door medicatiegebruik (steroïd-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie) ontstaat door het gebruik van medicijnen die cortisol of synthetische vormen van cortisol bevatten.

Oorzaken

Sommige medicijnen bevatten cortison of synthetische vormen van cortisol . Deze stoffen kunnen in allerlei soorten medicijnen voorkomen, zoals crèmes, zalven of shampoo, injecties, inhalatiemedicatie bij longziekten of tabletten. Deze medicijnen onderdrukken de normale werking van de hypothalamus , de hypofyse en de bijnieren en leiden tot bijnierschorsinsufficiëntie.

Incidentie

Deze vorm van bijnierschorsinsufficiëntie is vermoedelijk de meest voorkomende vorm van bijnierschorsinsufficiëntie. Het is niet precies bekend hoe vaak deze vorm van bijnierschorsinsufficiëntie voorkomt in Nederland.

Gevolgen

Vaak bestaan er geen klachten en ontstaan er alleen klachten of problemen bij situaties waarbij normaal gesproken meer cortisol nodig is, zoals bij ziekte, een operatie of hevige stress. Onder deze omstandigheden is het lichaam niet in staat om voldoende cortisol te maken.

Mogelijke klachten en problemen bij een steroïd geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie zijn:

  • Moeheid, gebrek aan energie, futloosheid
  • Misselijkheid, braken en een verminderde eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Lage bloeddruk
  • Pijnlijke spieren en gewrichten

Onderzoek & diagnose

Allereerst wordt in kaart gebracht welke medicijnen worden gebruikt die steroïden bevatten. Hierbij wordt gevraagd naar het gebruik van tabletten of capsules, injecties, crèmes of zalven, inhalatiemedicijnen, neussprays of andere supplementen die mogelijk steroïdenbevatten. Daarnaast wordt in kaart gebracht hoe hoog de dosering en wijze van gebruik van deze medicijnen is geweest. Soms bestaan door het gebruik van deze medicijnen juist klachten van een exogeen syndroom van Cushing. Bijnierschorsinsufficiëntie treedt op indien hoge doseringen gedurende langere tijd zijn gebruikt en de medicatie niet langzaam wordt afgebouwd. Bij sommige mensen ontstaat geen bijnierschorsinsufficiëntie, terwijl dat bij andere mensen juist wel ontstaat. Mogelijk speelt een individuele gevoeligheid een rol. Het is niet goed te voorspellen bij wie wel en bij wie geen steroïd geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie ontstaat. Onderzoek naar een steroïd geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie is erg lastig. Sommige medicijnen hebben bijvoorbeeld invloed op de bepaling van cortisol in het lichaam. De enige manier om een duidelijk beeld te krijgen, is het afbouwen van de steroïd bevattende medicijnen. Dit is echter alleen mogelijk als de onderliggende aandoening, waarvoor de steroïd bevattende medicijnen wordt gegeven, onder controle of genezen is. Als de steroïd bevattende medicijnen voldoende of geheel zijn afgebouwd, kan bloedonderzoek worden gedaan (ochtend cortisol ). Soms wordt daarna nader onderzoek ingezet (ACTH test ).

Behandeling

Bij mensen met een bijnierschorsinsufficiëntie door medicatie gebruik (steroïd-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie) is er meestal voldoende cortisol aanwezig onder normale omstandigheden. Bij ziekte of ernstige stress, is er meer cortisol in het lichaam nodig. Mensen met een steroïd-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie hebben daarom soms hydrocortison nodig bij ziekte of stress. Soms wordt hydrocortison gebruikt om mensen die langdurig hoge doseringen steroïden hebben gebruikt, langzaam te laten afbouwen.