Proefschriften

Op deze website worden met regelmaat de meest recente proefschriften op het gebied van de Endocrinologie en Stofwisselingsziekten onder de aandacht gebracht. Mocht u uw proefschrift via deze website in de publiciteit willen brengen, neemt u dan per e-mail contact op met het secretariaat van de NVE. Op de website komt dan een vermelding van het proefschrift, een korte samenvatting, het gehele proefschrift dan wel een verwijzing naar de website waar het gehele proefschrift is te bekijken.

LM: July 1, 2015

 

Epidemiological, radiological and genetic aspects of endocrine bone diseases

Ling Oei, 2016

Dit proefschrift besteedt ondermeer aandacht aan de relatie tussen diabetes mellitus en osteoporose, diagnostiek van wervelfracturen en genetische studies naar osteoporose en fracturen. Een meta-analyse van de beschikbare literatuur toonde aan dat mensen met type 2 diabetes mellitus een hogere botdichtheid hebben. Vervolganalyses in de Rotterdam Studie toonden aan dat dit verschil met name bij patiënten met slechte glucose controle aanwezig is. Toch blijkt deze groep juist een verhoogd fractuur risico te hebben, wat lijkt te passen bij een slechtere botkwaliteit. Een ander thema was het vergelijken van verschillende radiologische methoden voor wervelfracturen, waarbij grote verschillen in prevalenties werden gevonden. Deze verschillen konden deels worden verklaard door aandoeningen met wervelhoogteverlies, die geen wervelfracturen zijn. Beoordeling van de eindplaten verbetert identificatie van osteoporotische wervelfracturen. Als laatste beschrijft dit proefschrift genetische studies naar osteoporose en fracturen, waarbij erfelijkheidsstudies worden beschreven en nieuwe genetische gebieden zijn gevonden.

Complications in diabetic pregnancy - role of immunology and advanced glycation end products

Bart Groen, 2014

bartgroen-cover.pngZwangere vrouwen met diabetes type 1 en 2 lopen minder kans op kinderen met aangeboren afwijkingen als hun glucosespiegel voor en tijdens de zwangerschap goed gereguleerd blijft. Ze houden echter nog steeds een verhoogde kans op complicaties tijdens de zwangerschap. Dat suggereert dat ook andere factoren betrokken zijn. UMCG-onderzoeker Bart Groen toont aan dat bij zwangere vrouwen met diabetes type 1 en 2 niet alleen de glucosespiegel verstoord is, maar ook de afweerreactie en de stapeling van versuikerde eiwitten (AGE’s) in de huid afwijken ten opzichte van gezonde zwangere vrouwen. Hij pleit voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, gericht op de afweer, om zwangerschapscomplicaties bij diabetes type 1 en 2 te voorkomen.

Neural pathways controlling homeostatic and hedonic feeding in rats on free-choice diets

José van den Heuvel, 2014

The incidence of obesity is closely associated with the increased intake of saturated fat and sugar-sweetened beverages, however the mechanisms that regulate the consumption of dietary fat and sugared beverages remain to be determined. We used a novel animal model of obesity that closely resembles the consumption pattern observed in humans, characterized by the abundance of readily available food items containing saturated fat and sugar. In this model, animals are provided with the choice for a fat and sugar component, in addition to a regular nutritionally balanced pellet food and water. This unique animal model with free-choice diets is not only an effective model of diet-induced obesity, but it also characterizes the snacking behavior, increased motivation and alterations in metabolic parameters that closely resemble human obesity and the metabolic syndrome.

Relative adrenal insufficiency in the critically ill - The role of ACTH testing

Margriet de Jong, 2014

In dit proefschrift diepten wij het concept relatieve bijnierschorsinsufficiëntie bij ernstig zieke patiënten uit. We zochten naar voorspellers voor relatieve bijnierschorsinsufficiëntie, en bestudeerden cross-sectioneel de voorspellende waarde van relatieve bijnierschorsinsufficiëntie voor sterfte en effecten van behandeling met corticosteroïden bij septische en niet-septische ernstig zieke patiënten. We maakten gebruik van herhaalde adrenocorticotroof hormoon (ACTH)-tests om de voorspellende waarde van relatieve bijnierschorsinsufficiëntie longitudinaal te onderzoeken. Ten slotte bestudeerden we het effect van therapeutische hypothermie in de prognostische waarde van componenten van de hypofyse-bijnieras, zoals ACTH, cortisol en de cortisol respons op ACTH, in comateuze patiënten na reanimatie voor hartstilstand.

Turning up the heat: role of brown adipose tissue in metabolic disease

Mariette Boon, 2014

ScreenHunter_03 Sep. 20 18.47.jpgIn 1551 beschreef de Zwitserse naturalist Konrad Gessner bruin vet als “geen vet, en ook geen vlees (nec pinguitudo, nec caro), maar iets ertussenin”. Nu, zo’n 460 jaar later, weten we dat Gessner de oorsprong van bruine vetcellen goed had geraden – het zijn geen typische opslagcellen voor vet of ‘vlees’ (spiercellen), maar hebben juist kenmerken van zowel witte vetcellen als spiercellen. Eén van de unieke eigenschappen van bruin vet is de mogelijkheid om energie die opgeslagen is in triglyceriden te verbranden tot warmte, een proces waarvoor het ontkoppelingseiwit UCP1 mede verantwoordelijk is. De recente ontdekking dat bruin vet zowel aanwezig als actief is in volwassenen betekende het begin van een fascinerend nieuw onderzoeksgebied in het veld van metabolisme. Omdat bruin vet grote hoeveelheden vet letterlijk kan oplossen, en op die manier in belangrijke mate bijdraagt aan energieverbruik, wordt bruin vet momenteel beschouwd als een mogelijk aangrijpingspunt om obesitas en aan obesitas gerelateerde stoornissen tegen te gaan.

Hypothalamic functions in patients with pituitary insufficiency

Anke Borgers, 2013

The main objective of this thesis is to increase our understanding of hypothalamic (dys)function in patients with pituitary insufficiency. This goal is driven by the clinical experience of persisting symptoms in patients adequately treated for pituitary insufficiency. We focus primarily on patients with a history of compression of the optic chiasm (CC), cranial radiotherapy (CRT) and/or pituitary surgery to optimize the chance of the presence of functional damage to the hypothalamus.

Obesity and female infertility

Walter Kuchenbecker, 2013

kuch01.pngObesity in women is associated with an increase in infertility and more pregnancy complications. The cost per live birth after fertility treatment is almost two-fold higher in women with obesity compared to women of normal weight. Obesity related infertility and pregnancy complications are determined by body fat distribution. Accumulation of fat around the abdomen and especially accumulation of intra-abdominal fat are a risk factor for infertility and pregnancy complications. Ultrasound measurement of intra-abdominal fat is a reliable, cheap and accessible tool to study the effects of intra-abdominal fat on female reproduction. The measurement of serum adipokines, the secretory products of adipose tissue, does not adequately reflect body fat distribution parameters. Weight loss in obese and infertile women is associated with more spontaneous pregnancies and a decrease in pregnancy complications. In anovulatory women with polycystic ovary syndrome, loss of intra-abdominal fat is associated with resumption of ovulation. In structured lifestyle programmes many women who are obese and infertile show poor compliance and experience difficulty in losing weight, leading to high drop-out rates. Future studies should aim to identify risk factors for drop-out and design individualised lifestyle programmes in order to limit drop¬-out. Weight loss medication and bariatric surgery may be considered in women with severe obesity and infertility in order to achieve sufficient weight loss and limit the serious obesity related pregnancy complications. In view of the serious obesity related pregnancy complications, women with a BMI > 35 kg/m2 should not be offered fertility treatment.

Novel insights into vitamin D enhanced mineralization

Viola Wöckel, 2012

Het hormoon vitamine D regelt de calciumhomeostase van het lichaam en is essentieel voor de instandhouding van gezonde botten. Op basis van hun positieve effecten op het skelet worden vitamine D-supplementen aangeraden om botten te versterken en osteoporose te voorkomen. Osteoporose is een botziekte die wordt gekenmerkt door lage botmassa en verhoogd risico op fracturen wat voornamelijk voorkomt bij oudere mensen. Omdat de wereldbevolking steeds ouder wordt heeft het voorkomen en behandelen van osteoporose een groeiende belangstelling.

Insulin and insulin-like growth factor 1

Katrijn Rensing, 2012

ScreenHunter_03 Apr. 16 19.47.jpgMeer dan 50% van de patiënten met type 2 diabetes mellitus (T2DM) overlijdt ten gevolge van hart- en vaatziekten. Om hart- en vaatziekten te voorkómen in deze patiënten is het van belang om te weten welke factoren het cardiovasculaire risico kunnen beïnvloeden. 
Omdat het momenteel ter discussie staat of patiënten met T2DM behandeld dienen te worden met hoge doses insuline heb ik onderzocht of, en hoe, hoge doses insuline het risico op hart- en vaatziekten kunnen verhogen. Tevens heb ik onderzocht of een hormoon dat erg lijkt op insuline, het insulin-like growth factor-I (IGF-I), geassocieerd is met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Pituitary diseases, long-term psychological consequences

Jitske Tiemensma, 2012

In dit proefschrift hebben we de lange termijn effecten van hypofysaire ziekten onderzocht vanuit een psychologisch perspectief. Hypofyse adenomen kunnen vanuit medisch perspectief goed worden behandeld. Toch behouden hypofyse patiënten een verminderde kwaliteit van leven terwijl zij al langdurig in remissie of genezen zijn. Er wordt verondersteld dat deze vermindering in kwaliteit van leven voornamelijk wordt veroorzaakt door lichamelijke klachten, maar psychische problemen kunnen hierbij ook een rol spelen.

Expression and Function of Nuclear Receptor Coregulators in Brain: understanding the cell specific effects of glucocorticoids

Siem van der Laan, 2008

siemvanderlaan.jpgDe afgifte van glucocorticoïdhormonen door de bijnier ondersteunt de aanpassing van het organisme aan stress, deels via werking deze hormonen in de hersenen. De veelheid van hun effecten in het brein wordt bewerkstelligd door twee types receptoren die meestal als transcriptiefactor werken. Echter, de expressiepatronen van deze receptoren laten een heel aantal aspecten van de respons op glucocorticoïden onverklaard. Bijvoorbeeld de regulatie van het CRH gen, dat codeert voor het corticotropin releasing hormone, een belangrijke signaalstof voor stress en emotie. CRH-aanmaak wordt via dezelfde receptor onderdrukt in de hypothalamus, maar gestimuleerd in de amygdala. Om dit soort celspecieke effecten te verklaren werden in dit proefschrift de zogenaamde coregulator-eiwitten onderzocht in relatie tot stress en de hersenen. Coregulatoren zijn eiwitten die de werking van steroïdreceptoren mediëren, en die de grootte en aard van steroïd-responsen kunnen bepalen.

Myocardial steatosis and left ventricular function in type 2 diabetes mellitus

Rutger W. van der Meer, 2008

In de westerse wereld neemt het aantal patiënten met type 2 diabetes nog altijd toe, onder andere vanwege veranderingen in levenswijze. Bijvoorbeeld het consumeren van (te) calorierijk voedsel en een beperking van lichaamsbeweging zijn oorzaken van deze toename. Type 2 diabetes mellitus is een risicofactor voor het ontstaan van hart en vaatziekten, vooral voor verkalking van de kransslagaderen. Mede hierdoor hebben patiënten met type 2 diabetes mellitus een grotere kans om vroegtijdig te overlijden. Echter, ook als de kransslagaderen niet verkalkt zijn ontstaan veranderingen in de structuur en functie van de hartspier. Deze veranderingen worden samengevat onder de noemer “diabetische cardiomyopathie”. De afgelopen jaren zijn er steeds meer aanwijzingen gekomen dat vetstapeling in hartspiercellen een rol speelt in diabetische cardiomyopathie; vetstapeling kan leiden tot zogenaamde lipotoxische (“giftigheid van vetzuren”) schade. Deze aanwijzingen zijn voornamelijk afgeleid uit dierexperimenteel onderzoek omdat het bepalen van de hoeveelheid vet in een nog werkende (menselijke) hartspier geen gemakkelijke opgave is. Om het vetgehalte in de nog werkende menselijke hartspier te bepalen is in Leiden een kernspinresonantie (MRI) techniek geperfectioneerd waarmee dit mogelijk is. 

Myocardial Triglycerides

Sebastiaan Hammer, 2008

Type 2 diabetes mellitus (DM2) is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van hartziekten. Naast het verhoogde risico op atherosclerotisch hartlijden bestaan er steeds meer bewijzen dat er een zogenaamde diabetische cardiomypathie bestaat. Het pathofysiologisch mechanisme wat hieraan ten grondslag ligt is grotendeels onduidelijk, hoewel het lijkt dat stapeling van triglyceriden (TG) in de hartspier hierbij een rol speelt. Het proefschrift behandelt in het eerste deel een aantal studies verricht in gezonde vrijwilligers welke laten zien dat TG in het hart flexibel zijn en zich aanpassen aan de dietaire inname. Daarnaast blijken veranderingen in de hoeveelheid TG samen te gaan met veranderingen in de diastolische hartfunctie. De verdeling van TG tijdens fysiologische inteventies is weefselspecifiek, omdat opgeslagen TG in de lever onafhankelijk van de TG in het hart een respons laten zien tijdens fysiologische voedingsinterventies. Deze flexibiliteit van TG en diastolische functie wordt in het tweede deel van het proefschrift ook beschreven bij patienten met ongecompliceerde DM2. Tevens wordt aannemelijk gemaakt dat vetzuren afkomstig uit het vetweefsel hierbij een rol spelen. 

Adrenal rest tumours in congenital adrenal hyperplasia

Hedi Claahsen - Van der Grinten, 2007

Het adrenogenitaal syndroom (AGS) is een aangeboren ziekte van de bijnier. Bijnierresttumoren in de testes zijn vaak voorkomende complicaties bij mannen met AGS. Hoewel deze tumoren doorgaans goedaardig zijn kunnen zij leiden tot obstructie van de zaad afvoergangen en onvruchtbaarheid. Over de etiologie en het beloop van de tumoren is nog weinig bekend. Men denkt dat de tumoren van oorsprong bijniercellen zijn maar uitgebreid onderzoek hiernaar is nooit verricht. In dit proefschrift worden verschillende aspecten van bijnierresttumoren beschreven. De meeste studies werden uitgevoerd bij 8 mannen met AGS en lang bestaande dubbelzijdige bijnierresttumoren. 

Genetic disorders of the GH – IGF-I axis

Marie-José Walenkamp, 2007

Groei is een complex proces, dat wordt gereguleerd door verschillende externe en interne factoren. Een afwijking van het normale groeipatroon kan een aanwijzing zijn voor een onderliggende afwijking, die het normale groeiproces verstoort. De GH – IGF-I as speelt een belangrijke rol in de regulatie van groei. Dit proefschrift is gericht op groeistoornissen als gevolg van een genetisch defect in de GH-IGF-I as. Het doel van dit proefschrift is genotype-fenotype relaties te beschrijven in patiënten met een genetisch defect in één van de componenten van de GH-IGF-I as en om de rol van de GH-IGF-I as in het complexe proces van groei en ontwikkeling gedurende het leven te bestuderen. Zo worden een broer en zus beschreven met een GHRH receptor mutatie. Zij zijn behandeld met GH in combinatie met GnRH agonisten met zeer goed effect, ondanks een vergevorderd puberteitsstadium bij start van de behandeling. Het fenotype en genotype van de eerste mannelijke patient met een STAT5b mutatie wordt beschreven.